Home
Alopecia areata
Andere oorzaken
De vereniging
Overigen

Toelichting op het wetenschappelijk onderzoek

Dr. Bettina Blaumeiser van de universiteit van Antwerpen doet onderzoek naar de erfelijke factoren bij alopecia areata.

Hieronder vindt u een een toelichting van dr. Blaumeiser op dit onderzoek.
dr. Bettina Blaumeiser
Alopecia areata (AA) is een inflammatoire vorm van haarverlies zonder littekenvorming. De ziekte kan verder evolueren tot het volledige verlies van hoofdhaar (alopecia totalis) of tot het volledige verlies van zowel hoofd- als ook lichaamsbeharing (alopecia universalis). Observaties zijn suggestief voor een orgaan-specifieke auto-immunziekte tegen de haarfollikel. Een genetische invloed werd bij tal van andere auto-immunziekten gedemonstreerd en AA lijkt geen uitzondering te zijn. Het erft weliswaar niet over als Mendeliaanse monogene ziekte. AA toont een complexe vorm van overerving met waarschijnlijk een complexe interactie van multipele genen.
Klinisch beeld
Alopecia areata is naast de androgenetische alopecia (=mannelijk haarverlies) de meest voorkomende vorm van haarverlies bij mannen en vrouwen. De meeste patiënten presenteren zich met plots kringvormig haarverlies van het hoofdhaar. In de verdere evolutie is en compleet herstel, chronische evolutie of voortgang naar alopecia totalis (volledig verlies van hoofdhaar) of alopecia universalis (volledig verlies van zowel hoofd- als ook lichaamsbeharing) mogelijk. Tot het klinische beeld behoren eveneens verschillende nagelafwijkingen. Hoewel de oorzaak van AA niet definitief gekend is, zijn er meer en meer aanwijzingen dat het hierbij om een auto-immuunziekte gaat, die gericht is tegen de haarfollikels. Andere auto-immunziekten zoals atopie, schildklierziekte en vitiligo komen eveneens in verhoogde frequentie bij AA patiënten voor. Gezien het menselijke haar een belangrijke communicatieve rol speelt is zijn er tevens dikwijls sociale en psychologische problemen waaraan gewerkt moet worden.
AA en Genetica
Het voorkomen van AA in de algemene bevolking ligt bij ongeveer 1-2%. Het komt bij beide geslachten even frequent voor, het komt wel meer voor bij genetisch verwante individuen. Eeneiige tweelingen bijvoorbeeld hebben in 55% van de gevallen beiden de ziekte. Het herhalingsrisico voor verwanten hangt af van de verwantschapsgraad en ligt voor eerstegraads verwanten bij 5,5% en bij tweedegraads verwanten bij 1,5% (B.Blaumeiser et al, J Am Acad Dermatol, 2006).
Associaties met verschillende genen van het human leucocyte antigen (HLA) op chromosoom 6 werd aangetoond (zie onder andere P. Entz , B. Blaumeiser et al, Eur J Dermatol, 2006). Deze genen coderen voor eiwitten die belangrijk zijn voor de presentatie van antigenen en de zelfherkenning van immuncellen. Ook andere genen zijn betrokken in het ontstaan van AA.
Ontstaansmechanisme
Het haarverlies wordt voorafgegaan door een toename van het aantal haarfollikels in rust (telogene follikels) en dystrofie van enkele haren. Het haar kan afbreken en het typische “uitroepingstekenhaar” achterlaten. Als de ziekte langer duurt, doorloopt het haar verschillende abnormale groeifasen. Langs de haarwortel vindt men elektronenmicroscopische infiltraten met ontstekingscellen cellen. Belangrijk is, en hierop berust momenteel ook de behandeling van AA, dat deze ontsteking geen littekens achter laat en eens de ontstekingscellen van de haarwortels weggetrokken zijn het haar zijn normale groei kan hervatten. Verschillende uitlokkende omgevingsfactoren werden in het verleden gepostuleerd zoals infectie en emotionele stress.
Therapie
Op dit moment zijn de behandelingen erop gericht de ontstekingsreactie te verminderen of te doen verdwijnen en zo het haar de mogelijkheid te geven tot een normale groei terug te vinden. Hiervoor worden verschillende producten gebruikt (o.a. cortisone, DCP etc.). Het is aangeraden met een huidarts contact op te nemen zodat een inschatting van de ernst van het haarverlies gemaakt kan worden en dan de meest gepaste therapie voor het actuele stadium kan toegepast worden.
Onderzoeken naar de genetische oorzaken van AA
Over de oorzaken van alopecia areata is tot op heden weinig bekend. Onder andere erfelijke factoren zouden van invloed kunnen zijn. Hiernaar wordt op dit moment onderzoek gedaan aan de Universiteit Antwerpen. Het gaat om een moleculair-genetisch onderzoek, waarbij geprobeerd wordt genen te identificeren die aan de ziekte bijdragen. Uiteindelijk kan dit leiden tot de ontwikkeling van nieuwe preventieve en therapeutische mogelijkheden.
U kunt zich voorstellen dat de onderzoekers voor hun project hulp nodig hebben van mensen met alopecia areata. Zij willen u dan ook vragen of u aan het onderzoek deel wilt nemen. Wat betekent dit concreet?
- Er zal een vragenlijst worden afgenomen over uw aandoening.
- Er wordt een kleine hoeveelheid bloed bij u afgenomen.

Mensen met alle vormen van alopecia areata kunnen deelnemen.
U kunt hiervoor schrijven of mailen naar:

Universiteit Antwerpen
Centrum Medische Genetica
T.a.v. Dr. Bettina Blaumeiser
Universiteitsplein 1
2610 Antwerpen, België
bettina.blaumeiser@ua.ac.be
http://webh01.ua.ac.be/cmg